Gemeenten, help ook hoog intelligenten zonder autisme aan werk

Gemeenten, help ook hoog intelligenten zonder autisme aan werk

In Trouw van 31 december 2014 staat een interview met een manager van Philips die vertelt dat mensen met autisme zulke goede testers van software zijn. Hij vertelt dat dit vaak mensen zijn met een hoge intelligentie. Het zijn ook hele goede arbeidskrachten volgens hem. Mensen die eerlijk en bevlogen zijn.

Ik vind het mooi dat Philips kansen biedt aan arbeidsgehandicapten. Visser koppelt autisme in het interview echter vrij direct aan hoge intelligentie, maar autisme kan ook samen gaan met lagere intelligentie. Hier schemert ook het vooroordeel door van de koppeling van hoge intelligentie aan autisme. Dit is een moeilijk thema. Onder hoogbegaafden zien we namelijk wel mensen die gedrag vertonen dat lijkt op gedrag van mensen met autisme. Maar is dat wel een terechte vaststelling?

Autisme diagnosticeren is een uitdaging. Het blijft altijd een afspraak wanneer we symptomen ‘autisme’ noemen. Ik ken een aantal hoogbegaafden met zo’n diagnose, maar ik zie onderling grote verschillen. Ik denk ook wel vaak dat de hoogbegaafdheid door iemands levensloop, bejegening door ouders, leerkrachten e.d. als reactie daarop kan leiden tot autistiform gedrag, dat met goede begeleiding, gericht op de hoogbegaafdheid, er heel anders uit kan gaan zien.

Een ander punt dat ik wil aanroeren, is dat mensen met autisme een hoger ‘zieligheidsgehalte’ hebben dan hoogbegaafden. Het kan dus lonen om zo’n diagnose te krijgen. Voor henzelf en voor hun omgeving. Die omgeving heeft meer begrip voor iemands gedrag en voor het feit dat iemand het moeilijk heeft. De documentaire over Kees Momma is daar een voorbeeld van. http://www.gezond24.nl/tv-uitzending/g24_2243/Autist-Kees-Momma-in-TV-Show

Voor mensen met autisme zijn er diverse projecten in relatie tot arbeidsparticipatie. Maar er zijn ook hoog intelligenten zonder autisme, van wie een aantal ongewild zonder werk zit. Voor deze mensen is er niet zoveel begrip. Ze zakken mentaal af, krijgen soms psychische problemen, ze kosten de maatschappij geld en dat terwijl ze fantastische en innovatieve werknemers kunnen zijn. Vanuit het IHBV werken we aan een project voor deze doelgroep.

Nu de gemeenten meer taken hebben gekregen met betrekking tot arbeidsparticipatie daag ik ze uit om de arbeidsparticipatie van hoog intelligente mensen te verhogen en waar nodig ook gespecialiseerde hulp te bieden, net zoals voor mensen met autisme. Dit levert zowel voor de hoogbegaafden als voor de maatschappij veel op.

Hoogbegaafde is meer dan een bolleboos

Hoogbegaafde is meer dan een bolleboos

‘Ruim baan voor de bolleboos’ is de titel van een artikel over het ‘Plan aanpak toptalenten’ van staatssecretaris Dekker (zie o.a. Trouw, 11 maart 2014). Deze aandacht voor hoogbegaafden op de middelbare school juich ik van harte toe. Naast de aandacht voor schoolprestaties en het meer uit talenten halen vraag ik ook aandacht voor de hoogbegaafde mens. Hoogbegaafdheid heeft niet alleen met leren en presteren te maken, het werkt in alle levensgebieden door. Hoogbegaafd blijf je, ook als je van school komt. Er zijn dus ook hoogbegaafde volwassenen en senioren. Die worden vaak niet gezien.

De ontwikkelingen met betrekking tot het onderwijs stemmen hoopvol. Erkenning van hoogbegaafdheid en stimuleren van het benutten van talenten in de jeugd leidt hopelijk ook tot minder problemen en klachten later in het leven. Helaas zien we die nu nog wel.

Hoogbegaafde kinderen kunnen al in een isolement raken omdat ze merken dat ze anders denken, voelen en zijn dan hun leeftijdsgenoten. Dat isolement zien we ook nogal eens bij hoogbegaafde volwassenen en ouderen. Dat leidt soms tot forse psychische problemen.

Hoogbegaafden vinden vaak lastig werk dat bij hen past, zowel qua inhoud als qua organisatie. Ze gedijen het beste wanneer ze voldoende worden uitgedaagd en in een cultuur waarin ruimte is om het werk op hún manier te doen. Een onderzoek van de Universiteit van Utrecht (Reijseger et al, 2012) laat zien dat een groot deel van de onderzochte hoogbegaafde werkenden wel een positieve werkbeleving heeft, maar dat ook een fors deel is uitgekeken op hun werk. Voor leidinggevenden van hoogbegaafden is zo’n werknemer niet altijd gemakkelijk: Hoogbegaafden hebben door hun scherpe opmerkingsgaven en analytische kwaliteiten ook meestal snel door waar de schoen wringt, en het melden daarvan kan uiteindelijk zelfs tot arbeidsconflicten leiden. Ook komen hoogbegaafden soms in uitkeringen terecht, waarbij in de re-integratie de hoogbegaafdheid ten onrechte niet aan de orde komt.

In vriendschappen en relaties van hoogbegaafden zien we dat een verschil van 10 tot 12 punten op een IQ-test al problemen kan opleveren in de communicatie. Hoe hoger het IQ, hoe lastiger het vinden van mensen met wie je goede gesprekken kunt voeren en een band opbouwen. Het vinden van een passende levenspartner is voor sommigen een groot struikelblok. Het is van groot belang dat hoogbegaafden zich al jong bewust zijn van hoe mensen met elkaar communiceren en wat hun eigen hoogbegaafdheid hiermee te maken heeft. En dat ze vaardigheden leren om hiermee om te gaan.

Hoogbegaafde ouderen vormen de meest vergeten groep. Toen zij jong waren, was er nog nauwelijks kennis over en aandacht voor hoogbegaafdheid. Veel hoogbegaafde ouderen weten dan ook niet van zichzelf dat ze hun hele leven al hoogbegaafd zijn. Nogal wat hoogbegaafde ouderen worden eenzaam omdat zij geen mensen vinden met wie zij hun specifieke belangstellingen kunnen delen. Ook zijn er in hun buurt en in verzorgingshuizen meestal weinig voor hen geschikte activiteiten. Recent zien we wel dat sommige instellingen aandacht krijgen voor de ouderen die prijs stellen op méér dan bingo en meezingliedjes. Gelukkig komen er nieuwe initiatieven zoals een wetenschapscafé in een verzorgingshuis (Trouw, 25 januari 2014).

Er is dus hoop voor de hoogbegaafde kinderen van nu, die de hoogbegaafde volwassenen van de toekomst worden. Het is ook nooit te laat voor de huidige hoogbegaafde volwassenen om zichzelf en hun hoogbegaafdheid beter te leren kennen en hun talenten te ontplooien. Als ze elkaar opzoeken, hun ervaringen delen en aan persoonlijke groei werken, dan zien we ze opbloeien.

Little Sparrow

In de verhalenbundel ‘Too Much Happiness’ van Alice Munro gaat het verhaal dat de titel aan deze bundel geeft over Sophia Kovalevsky (1850 – 1891). Alice Munro geeft als verantwoording dat ze gegrepen was door het boek van Don H. Kennedy en zijn vrouw Nina (die zelf een familierelatie heeft met Sophia) over haar: Little Sparrow: A Portrait of Sophia Kovalevsky (Ohia Univerity Press, 1983). Munro was met name geïnteresseerd in Sophia’s combinatie van romanschrijfster en wiskundige.

 

Hier een korte beschrijving van het boek van Kennedy over Sophia:

http://www.ohioswallow.com/book/Little+Sparrow

 

Als ik deze beschrijving lees, dan zie ik Sophia duidelijk als hoogbegaafde vrouw. Ik zie dat in de combinatie van haar verschillende talenten met haar autonome geest en gedrag. Ze trouwt bijvoorbeeld al op haar 18e met een man, met wie ze geen intieme relatie heeft, maar dat is een manier om zonder toestemming van haar ouders uit huis te gaan en op diverse plaatsen in Europa te gaan studeren. Later krijgt ze toch een dochter in de relatie met deze man, die helaas een einde aan zijn leven maakt in verband met zakelijke en financiële problemen.

Sophia wordt als wiskundige wel erkend in haar tijd, ze schrijft papers, wint diverse belangrijke prijzen als wiskundige en wordt ook de eerste vrouw als hoogleraar in de hogere wiskunde (in Stockholm). Ze schrijft ook romans en een toneelstuk ‘The Struggle for Happiness’. Daarnaast strijdt ze voor de rechten van vrouwen en is een tijd lang actief in een politieke beweging.

 

Nu was ik ook benieuwd naar de achtergrond van de titel ‘Little Sparrow’ van het boek van Kennedy.  

Via zoeken op internet kwam ik erachter dat het ook de titel was van een lied en van een album van Dolly Parton. Zij heeft in een interview met George Graham gezegd (http://georgegraham.com/reviews/dollypls.html) dat dit lied was geïnspireerd op een regel in een oude ballade Come Fair and Tender Ladies.

 

En bij zoeken naar die ballade kwam ik de tekst tegen in verschillende variaties. Deze is blijkbaar ook door Joan Baez gezongen, de ‘ladies’ zijn hier ‘maidens’.  (http://www.azlyrics.com/lyrics/joanbaez/comeallyefairandtendermaidens.html):

 

“Come All Ye Fair And Tender Maidens”

Come all ye fair and tender ladies.
Be careful how you court young men.
They’re like a star on a summer’s morning.
They’ll first appear and then they’re gone.

They’ll tell you some loving story
They’ll declare to you their love is true
Then they will go and court some other
And that’s the love they have for you

Do you remember our days of courting
When your head lay upon my breast
You could make me believe with falling of your arm
That the sun rose in the West

I wish I was a little sparrow,
And I had wings with which to fly
Right over to see my false true-lover,
And when he’s talking I’d be nigh.

But I’m not a little sparrow,
I have no wings with which to fly
So I sit here in grief and sorrow,
To weep and pass my troubles by.

If I had known before I courted
that love was such a killing thing
I’d a-locked my heart in a box of golden
and fastened it up with a silver pin.

 

En daar zie ik de verbinding met Sophia na het lezen van het verhaal van Alice Munro: Haar liefdesleven is complex en ook wel verdrietig: Ze trouwt op haar 18e met een man met wie ze eerst een platonische relatie heeft. Na vijf jaar gaan ze het huwelijk ‘consumeren’ en ze krijgt een dochter. De man sterft door zelfdoding. Ze wordt op reis in Genua verliefd op een andere man, heeft een stormachtige affaire met hem, maar beiden zijn ook zeer met hun eigen werk bezig. Sophia twijfelt ook aan zijn oprechtheid. Ze reist van Parijs via Berlijn terug naar Stockholm, maar wordt ziek en sterft enkele dagen na thuiskomst. Ze is dan pas 41 jaar.  

 

Meer over haar leven is o.a. te vinden op: http://nl.wikipedia.org/wiki/Sofia_Kovalevskaja

 

 

Mooie actie NPCF

Wat een mooie actie van de NPCF. Drie filmjes die exact de knelpunten aangeven die veel patiënten, waaronder ik, ervaren in de contacten met hun arts en met betrekking tot het zelf beheren van hun gegevens:

Is oma digitaler dan de dokter?

Jonge digitale vrouw zoekt dito dokter

Wat als er net zo met uw financiële gegevens wordt omgegaan als.…

Al jaren ben ik bezig om zelf mijn gegevens, zoals de brieven van de specialist aan de huisarts, standaard te krijgen.
En waarom moet ik altijd bellen en kan er zo weinig digitaal geregeld? De jonge vrouw met haar drukke leven heeft helemaal gelijk en de oma die voor een flutgesprek helemaal moet komen opdraven ook. Laten patiënten zelf aangeven waar ze behoefte aan hebben en laten artsen en andere zorgverleners eens met hun tijd meegaan.
Hulde aan de NPCF!

Gooi onverklaarbare klachten niet op één hoop

‘Onverklaarbare klachten’ worden teveel als containerbegrip gebruikt!
Er wordt gesuggereerd dat het gaat om één groep klachten, vaak benoemd als onverklaarbaar, onbegrepen, onverklaard of onvoldoende verklaard. Deze termen zijn echter beslist niet eenduidig.
Het gaat om een groep patiënten die doorgaans een lange zoektocht doorloopt en desondanks lichamelijke klachten houdt. Ze verdienen om meerdere redenen aandacht. Er is veel menselijk leed en ze hebben vaak het gevoel in de kou te staan. Artsen en hulpverleners vinden het een moeilijke groep; ze willen graag helpen maar weten niet hoe. Dit kan leiden tot overdiagnostiek op het somatische gebied, veelal op aandringen van patiënten zelf, met als gevolg overbehandeling, nodeloze kosten en langere wachtlijsten in de zorg. Er is echter ook sprake van onderdiagnostiek, waardoor mogelijk behandelbare aandoeningen kunnen worden gemist en onbehandeld blijven.

Naar mijn mening verdient deze groep patiënten het dat er beter wordt gekeken naar wat de redenen zijn waarom hun somatische klachten niet (kunnen) worden begrepen of verklaard. Die zijn namelijk zeer divers. Ik geef een kort overzicht van wat die diverse redenen kunnen zijn.

1. Klachten kunnen een sterke relatie hebben met een psychisch of psychiatrisch probleem of tevens gerelateerd zijn aan, of verergerd worden door life-events, ineffectieve coping etc… Psychologische behandelingen kunnen bij deze mensen effectief zijn. Een goede indicatie is wel van belang, een standaard aanpak, zoals cognitieve gedragstherapie, is voor sommige mensen wel effectief, maar zeker niet voor iedereen.

2. Lichamelijke klachten kunnen ook onverklaard zijn omdat de aandoening nog niet is beschreven of omdat er geen diagnostische mogelijkheden bestaan. Een zeer recente ontwikkeling, de ‘routeplanner’ van het menselijk lichaam (Volkskrant 4 maart 2013, voorpaginanieuws) laat zien dat er mogelijkheden gaan komen waarmee men t.z.t. tekorten in de voeding kan aanvullen op basis van DNA onderzoek. “Veel aandoeningen worden net niet herkend als ziekte, maar zijn subtiele verstoringen van onze stofwisseling” aldus professor Westerhoff.

3. Soms herkent de arts het beeld niet en gebruikt ook niet de beschikbare diagnostische mogelijkheden. Redenen zijn: onvoldoende kennis en ervaring, te eenzijdig luisteren en verzuimen dóór te vragen, alleen afgaan op lab uitslagen, scans e.d.. Een eerste indruk dat er geen lichamelijke oorzaak is, bijvoorbeeld wanneer er eerder niets is gevonden (dik dossier), kan zo zeer hardnekkig zijn.

4. Klachten of symptomen houden zich niet aan de beschrijvingen in medische handboeken en artikelen. Soms zijn ze nog niet duidelijk in een vroege fase van de aandoening. Of de patiënt beschrijft ze anders dan de arts ze zou benoemen (de patiënt kan het niet goed onder woorden brengen of geeft juist te veel details). De patiënt kan ook klachten bagatelliseren of symptomen niet noemen als de arts er niet expliciet naar vraagt.

Het is overduidelijk dat de aanpak voor elke deelgroep van deze klachten geheel anders moet zijn. Lang niet iedereen heeft baat bij een psychologische behandeling. Overdiagnostiek én onderdiagnostiek zijn ongewenst. Waar kunnen mensen terecht bij wie de diagnose van de mogelijk wél bestaande somatische aandoening ten onrechte niet is gesteld?

Er moet veel meer aandacht zijn voor het luisteren, kijken en doorvragen. Artsen moeten niet te snel beslissen dat een klacht onverklaarbaar is. In haar proefschrift concludeerde Carolien Gijsbers (Erasmus Universiteit, december 2012) dat chronische buikpijn bij kinderen in 95% van de gevallen verholpen kan worden door goede diagnostiek en stapsgewijze behandeling. Dat zou bij andere zogenaamd onverklaarbare klachten toch ook moeten kunnen!

De mens (lichaam én psyche) past lang niet altijd in de vereenvoudigde modellen van de medische en psychologische wetenschap. Verwijzers en intakers moeten los komen van starre modellen en van vooroordelen. Dat is heel moeilijk werk. Voor een goede intake zijn daarom de meest ervaren, breed denkende en breed kijkende professionals nodig, die meerdere disciplines tegelijk in hun mars hebben. En/of een multidisciplinair team dat ook echt samenwerkt.

Wellicht kunnen we een groep hoogbegaafde artsen uitdagen om een speciaal team te gaan vormen, een team dat het op zich wil nemen om net zo lang door te zoeken totdat duidelijk is wat er met iemand aan de hand is. Nu worden sommige patiënten weggestuurd zonder dat ze goede hulp krijgen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Geniale mensen ontsporen van nature?

Microbioloog en schrijver Miquel Ekkelenkamp schrijft in zijn column in Medisch Contact deze week vernietigend over een Franse collega van hem:

‘Het tragische is dat hij hier niets aan kan doen, want geniale mensen hebben nou eenmaal van nature de neiging te ontsporen. Dit is een geleidelijk proces dat in gang wordt gezet als ze tegen de stroom in een paar keer gelijk blijken te hebben: daardoor worden ze belangrijk en houden op den duur anderen op hen te verbeteren en tegen te spreken.’

Deze uitspraak valt bij mij volledig verkeerd. Ook in de rest van de column spreekt een en al vooroordeel over slimme mensen.

Eigenlijk heb ik last van de volgende zaken in de column:

–          Hij gebruikt diverse termen door elkaar, zonder duidelijk te maken wat hij precies voor mensen bedoelt: In de titel staat ‘Eén die alles weet’ (kennis?), later heeft hij het over ‘geniale mensen’ (aangeboren slim?), dan over ‘ik ben slimmer dan andere mensen’ (?) en nog verder over ‘briljant’ (hoge prestaties).

–          Hij hanteert een aantal psychologische therorieën die nergens op zijn gebaseerd. Hij heeft daar ook nooit onderzoek naar gedaan. Hij schrijft bijvoorbeeld:

  • ‘…..geniale mensen hebben nou eenmaal van nature de neiging te ontsporen’.
  • ‘…..als ze tegen de stroom in een paar keer gelijk blijken te hebben: daardoor worden ze belangrijk en houden op den duur anderen op hen te verbeteren en tegen te spreken.’

–          Het slotadvies van Ekkelenkamp is dit: ‘Als uw collega, baas, opleider of promotor dus weer eens quatsch loopt te verkondigen, verbeter hem of haar dan des te harder. Dat is moeilijk en confronterend, maar u bent het de persoon in kwestie verplicht. Doe het natuurlijk wel tactvol, en begin uw kritiek bijvoorbeeld met: ‘Geachte professor, juist omdát u zo briljant bent, ga ik u nu op uw enorme fout wijzen…’’ Waar haalt Ekkelenkamp het vandaan dat dat een effectieve manier is om feedback te geven? Je moet elkaar altijd feedback geven, maar dan op een constructieve manier.

Het stuk laat volgens mij zien dat iemand die een vooroordeel heeft, alleen datgene ziet, wat past bij zijn of haar vooroordeel.

Deze man doet alsof hij alles van het thema afweet, en haalt er allerlei gepsychologiseer bij, zonder dat hij psycholoog is. Dit is iets dat ik vaak bij artsen zie: ze doen alsof ze automatisch ook alles van psychologie afweten.

Ik heb een repliek naar het tijdschrift geschreven. Misschien daagde hij me daar juist toe uit vanwege zijn eigen slotadvies?

Steve Jobs, een succesvolle hoogbegaafde?

Ik lees altijd al graag biografieën van beroemde mensen en heel vaak herken ik daar de kenmerken en valkuilen van hoogbegaafden in.

Met veel interesse lees ik momenteel de biografie van Steve Jobs, dé man van Apple. Het hoogbegaafd zijn spat er vanaf. In diverse opzichten.

Steve is een geadopteerd kind. Zijn biologische ouders, beiden 23 als Steve wordt geboren, staan hem af ter adoptie met de voorwaarde dat Steve later wel naar college moet gaan. Paul en Clara Jobs, zijn adoptieouders, zelf geen hoogopgeleide mensen, beloven dit. Ze houden heel veel van hem. Paul is automonteur, technisch en praktisch zeer handig, hij maakt met zijn handen wat zijn ogen zien. Steve bewondert zijn vader en zit vaak bij hem in de werkplaats en leert veel van hem. Steve heeft altijd geweten dat hij een adoptiekind is.

Al wanneer Steve op de basisschool zit, realiseert hij zich dat hij duidelijk slimmer is dan zijn ouders. Hij schaamt zich ook voor deze gedachten. Hij slaat een klas over op school omdat hij zich stierlijk verveelt. Hij haalt behoorlijk wat kattekwaad uit. Ook wordt hij gepest. Tegelijk experimenteert hij al op technisch gebied.

Op college gaat dit gedrag door. Hij gaat er af zonder diploma. Hij maakt al op zijn 19e een lange reis door India. Ziet er dan uit als een hippie op blote voeten, ongewassen…

Daarna begint hij aan zijn experimenten die eerst mislukken. Hij gelooft er echter wel degelijk in, vindt mensen die met hem willen samenwerken (waarbij de nodige conflicten ontstaan) en uiteindelijk resulteert dit in de productie en het succes van de Apple als gerealiseerde innovatie. Op zijn 25e is hij al schatrijk. En dat terwijl hij nooit iets om geld of luxe heeft gegeven.

Steve is geen gemakkelijk mens, voor zichzelf niet en voor zijn omgeving niet.

Hij komt in het boek over als een extreem eigenzinnig iemand, die gewoon zijn eigen doelen stelt en keihard doorgaat. In dit geval met concreet succes maar met veel conflicten. Toch gaat het onderhandelen hem goed af, hij krijgt zijn zin heel vaak, hij weet mensen dus te bespelen, dit lijkt manipuleren, maar bij hem is hij niet zelf het doel, maar zijn product.

Hij is ook een perfectionist, die moeilijk kan kiezen. In het boek staat een foto waar hij in een lege kamer op de grond zit omdat hij niet wist welke meubels hij zou aanschaffen.

In een artikel in Trouw van 5 april 2012 vertelt de biograaf Walter Isaacson dat Steve geen letter van zijn eigen biografie heeft gelezen, omdat hij wist dat hij zich kwaad zou maken over sommige passages. Toch heeft hij zelf Isaacson gevraagd deze biografie te gaan schrijven. Een beetje narcsisme lijkt hier wel uit te spreken.

Bij mij blijft dit hangen: als je ergens in gelooft en je meent dat het goed is, ga er dan ook helemaal voor! Ook als het eerst tegenzit. De passie van Steve Jobs, dat is wat mij aanspreekt. Steve was overigens ook iemand die het niet bij het idee liet, maar die de realisatie van het idee ook voor elkaar kreeg. We zouden hem dus als voorbeeld goed kunnen opvoeren in ‘De Innovatiebrouwerij!’

Kopenhagen, ik kom er bijna aan!

Aanstaande donderdag ga ik voor vier dagen naar Kopenhagen.

De aanleiding is een Europese bijeenkomst (genaamd Egg, European general gathering, het duurde even voordat ik die titel snapte…) van de Triple Nine Society, een internationale hoogbegaafdenvereniging waar ik lid van ben. In Nederland zijn er maar 8 mensen lid. Ik ken er zelf drie van. Vorig jaar was er zo’n bijeenkomst in Londen en dat was bijzonder gezellig.
Naar dat soort bijeenkomsten ga ik het liefste als ik ook actief iets kan doen, bijvoorbeeld een presentatie of workshop geven. Vorig jaar heb ik het Delphi model uitgelegd en iets over ons instituut (IHBV) verteld, dit jaar ga ik een workshop geven waarbij ik met de deelnemers een SWOT analyse maak van hoogbegaafdheid. Eerst vertel ik nog over het Delphimodel, omdat dat een mooie opstap is. Ik werk graag met het idee van kenmerken en valkuilen.  Daarmee probeer ik mensen bewust te maken van hun kwaliteiten en van de mogelijkheden die ze zelf hebben om die kwaliteiten te gebruiken.

In deze workshop laat ik mensen eerst een eigen SWOT analyse maken en dan per groepje van 4 tot 6 personen (ik weet de opstelling nog niet) laat ik ze die bundelen tot een analyse per groepje.

Die analyses wil ik bundelen en met elkaar erover praten, wat er moet gebeuren om van een zwakte een sterkte te maken en om van een bedreiging een kans te maken. Daarna is de vraag wie degene is of wie degenen zijn die daar actief iets mee zouden kunnen: kun je dat zelf of heb je anderen nodig?

Ik ben benieuwd wat er uit komt. Juist in een internationaal gezelschap kun je ook nog vergelijken tussen landen.

Ik heb er zin in. Zojuist nog een extra reisgidsje uit de bibliotheek gehaald, want ik ga zeker Kopenhagen verkennen. Een bezoek aan het Statensmuseum staat sowieso op mijn programma. Mijn vriendin Mulan maakte me opmerkzaam op de Deense schilder Hammershoi en er blijkt nu net van hem een grote tentoonstelling zijn!

Mijn idee voor een Gezondheidshuis gepresenteerd

Gisteravond heb ik mijn idee voor een ‘Gezondheidshuis’ gepresenteerd aan de gemeenteraad van Delft. Mijn idee behelst een plek waar preventieve activiteiten en kennis over gezondheid bij elkaar wordt gebracht. Mensen kunnen daar terecht met hun vragen over gezondheid, er kunnen ook cursussen worden gegeven (bijvoorbeeld voor schoolklassen) preventieve trainingen worden gegeven en uiteraard is er een documentatiecentrum, waar mensen ook hulp bij het zoeken kunnen krijgen.

Ik denk dat de zorgverzekeraar bijvoorbeeld hier ook belangstelling voor zal hebben.

Ik heb een aantal argumenten voor dit plan die volgens mij erg steekhoudend zijn:

–          Bij alle onderzoeken waarin men mensen vraagt wat ze belangrijk vinden, scoort gezondheid bijna altijd als eerste. Maar wat doet men er zelf aan?

–          De zorg wordt te duur, mensen moeten zelf meewerken om de zorg minder duur te maken en ook te zorgen dat de zorg voor hen passend is.

–          Je moet al jong beginnen met kennis en attitude op dit gebied, ook al op scholen. In zo’n Gezondheidshuis kunnen scholen ook terecht.

–          Mensen die wel een ziekte hebben, kunnen leren daar beter mee om te gaan. Een ziekenhuis is daar niet de geëigende plaats voor.

–          Mensen moeten ondersteund worden in het bewuster omgaan met keuzes in de zorg (welke behandeling etc.). De zorg gaat er langzamerhand vanuit dat mensen eigen keuzes onderbouwd kunnen maken, maar daar zijn veel mensen nog niet aan toe. Behandelend artsen hebben eigenlijk nooit tijd voor uitgebreide uitleg.

Aanleiding voor het presenteren van mijn idee was dat de Raad de burgers had opgeroepen om ideeën in te dienen voor de Spoorzone van Delft. Vanwege de bouw van de spoortunnel moet straks een groot gebied opnieuw ingericht worden. Er waren diverse architecten en mensen die meer ruimtelijke plannen hadden. Iemand van Delfia Batavorum pleitte voor de herkenbaarheid van de stadsrand. Één iemand stelde een museum voor moderne kunst voor De projectmanager vastgoed van een grote zorginstelling stelde voor om er een aantal hofjes te bouwen als woonvoorzieningen voor ouderen. Dat laatste idee scoorde buitengewoon goed en het sprak mij ook erg aan.

Mijn idee scoorde eigenlijk onverwacht ook heel goed en ik kreeg steun van diverse mensen uit de gemeenteraad. Dat was natuurlijk een opsteker. Ik denk dat het thema verrassend voor ze was. De meeste mensen denken vooral aan zorg, maar als het naar voren haalt in de vraag: wat kunnen mensen dan zelf doen, dan zie je dat daar wel een plek voor moet komen.

Diverse raadsleden vertelden me dat mijn idee echt een eye opener voor ze was. Ik denk zelf dat de gemeente ermee zou kunnen ‘scoren’ omdat zoiets nog niet bestaat.

Opvallend was voor mij wel dat sommige mensen die daar presenteerden wel een goed idee hadden maar erg slecht konden presenteren. Het presenteren ging deels in de vorm van een aantal interviewvragen. Dat is natuurlijk een kunst op zich om daar goed mee om te gaan. Maar als je staat te stuntelen, komt zo’n goed idee toch minder goed over. Met een van die mensen (hij was architect en had mooie plaatjes) heb ik na afloop nog even staan praten. Ik heb hem ook verteld dat hij best een training zou kunnen doen om te leren presenteren. Hij zei dat hij te weinig voorbereidingstijd had gehad. En dat hij niet had verwacht dat hij geïnterviewd zou worden. Ik vond dat geen excuus. Het ligt aan je manier van overkomen op je publiek, je manier van praten en hoe je reageert op vragen. Deze man zat alleen aan de inhoud zelf te denken en vergat de luisteraars.

Werkbeleving van hoogbegaafden

Wat een goed gevoel dat de vragenlijst van het onderzoek van de Universiteit van Utrecht naar werkbeleving van hoogbegaafden klaar is en uitgezet kan worden! Ik heb hem al fors verspreid en nu maar hopen dat we de 500 respondenten halen.

Ik vind het echt uniek dat een universiteit nu een kwantitatief onderzoek doet onder deze doelgroep en dat er dan voor het eerst kwantitatieve gegevens komen! Internationaal lopen we echt voorop hiermee. Er komen zeker internationale publicaties.

Ik ben het meest benieuwd naar het antwoord op de vraag of deze groep op de variabelen in het onderzoek verschilt van een groep niet-hoogbegaafde werknemers. We hebben wel zo onze observaties en gedachten over verschillen, maar bewijs was er tot nu nooit. Zien we in dit onderzoek straks geen verschil op de gemeten variabelen, dan is dat ook een belangrijke uitkomst! Al kan het zijn dat er sprake is van een selectie. We zullen het zien en erover praten.

Zelf vind ik het ook van belang dat eventuele mythen worden ontzenuwd, en dat we uitspraken kunnen gaan doen over hoogbegaafden die gebaseerd zijn op deugdelijk onderzoek.